Alfons en Harry Merlijn en hun vliegtuigen
De broers Merlijn opereerden onder de naam “ANTIC AEROPLANES” en verwierven
bij hun activiteiten
een vijftal vliegtuigen. Hun verhaal en dat van de vijf
vliegtuigen wordt hieronder nog eens
verteld.
348 Model E Taylorcraft Auster Mk.III Rompnummer TAY 12295
De Engelse vliegtuigkaarten vermelden
niets omtrent overdracht van het toestel aan Directoraat Nederlandse
Luchtstrijdkrachten. Bekend is dat het toestel op 27 december 1945 twee proefvluchten maakte vanaf Rearsby.
Hoewel volgens luchtmachtopgaven aan die
toestel de squadron‑codeletter F werd toegekend is er over
operationele verrichtingen bij No. 6 (Dutch) Squadron niets bekend.
Mk.III R‑6
Ex: MZ234
09.12.47 Incident. Bestuurder Brokx.
13.03.48 Voor grote inspectie
naar Fokker te Amsterdam‑Noord.
14.07.48 Toegewezen aan marinevliegkamp
Valkenburg.
09.05.49 Overgevlogen naar
vliegbasis Leeuwarden.
20.12.49 Incident. Bestuurder Van der Zee.
21.04.50 Voor grote inspectie
naar Avio‑Diepen op Ypenburg.
Mk.III 8A‑9
30.11.50 Ingedeeld bij 298 Squadron op vliegbasis
Soesterberg.
Administratief werd
het toestel nog gewoon als R‑6 aangeduid.
30.08.52 Naar Avio‑Diepen op Ypenburg.
20.01.53 Weer terug bij 298
Squadron, nu op Deelen.
03.02.53 Gedetacheerd op Woensdrecht
in verband met de watersnoodramp in Zeeland.
08.02.53 Terug naar 298 Squadron op Deelen.
16.03.53 Gedetacheerd bij
Zweefvliegclub Deelen als sleepvliegtuig. Bleef ingedeeld bij CTL.
15.10.55 Machtiging tot afgifte aan
de KNVvL, samen met motor
no. 95017 en propeller no. 17633. De officiële datum van uitdienststelling is
niet bekend.
Auster 3 PH‑NGG
BvI 380 / BvL 900
09.11.55 Ingeschreven ten name van
Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart te Den Haag.
Ingeschreven als
Auster III met 'constructienummer' R 6162.
De herkomst van deze
R 6162 blijft zeer onduidelijk. Het maakt sterk de indruk een rompnummer,
TAY 6162 dus, te zjn, maar dat wordt weer onwaarschjnlijk gemaakt door de vermelding van
TAY 12295 op het Bewijs van Luchtwaardigheid.
Bljft evenwel de mogeljkheid van een rompwisseling in het verleden.
20.09.59 Incident Gilze‑Rjen
Bij het met de hand aanslaan van de motor,
sloeg de propeller plotseling terug en sloeg de duim van
de starter er gedeelteljk af.
25.11.65 Inschrjving doorgehaald. "Gesloopt"
Het toestel was vanaf medio 1958 in gebruik
bij de Gilzer Luchtvaartclub "Illustrious". In 1962 werd het
buiten gebruik gesteld en in het daaropvolgende jaar langzamerhand gesloopt.
Herfst 1963 kwam het in bezit van Harrie en Alfons Merlijn te Apeldoorn. Zij
knapten het frame weer op maar op hun speurtocht naar onderdelen ontmoetten ze
‑natuurlijk‑ de heer J. Daams van NV
Skylight te Hilversum.
Die had net van de havendienst te horen gekregen dat hij
het wrak van de PH‑NIN moest opruimen, althans op een andere plaats moest
opslaan. Hij bood hen de hele romp van deze PH-NIN aan en het frame van de PH‑NGG
ging ‑via Daams‑ naar
het NLR voor destructief onderzoek.
462 Model E Taylorcraft
Auster Mk.III Rompnummer
TAY 14250
05.11.44 In dienst
bij No. 1316 Flight van het Metropolitan Communication
Squadron op Hendon.
Kwam naderhand in dienst bij No. 6 (Dutch) verbindingssquadron.
Kreeg squadron‑codeletter G.
15.05.46 Overgedragen aan het
Directoraat Nederlandse Luchtstrijdkrachten.
Mk.III R‑7
Ex: NX537, zie hoofdstuk IV.
15.04.47 Voor grote inspectie
naar Fokker te Amsterdam‑Noord.
15.10.47 Toegewezen aan marinevliegkamp
Valkenburg.
12.05.50 Naar Avio‑Diepen op Ypenburg.
Mk.III 8A-10
05.02.51 Ingedeeld bij 298 Squadron op vliegbasis
Soesterberg.
Administratief werd het toestel nog gewoon als R‑7 aangeduid.
28.11.51 Met 298 Squadron overgeplaatst naar vliegbasis Deelen.
24.05.52 Gedetacheerd op Leeuwarden.
11.10.52 Weer naar 298 Squadron op Deelen.
24.11.52 Incident. Bestuurder Noest.
03.02.53 Gedetacheerd op Woensdrecht
in verband met de watersnoodramp in Zeeland.
10.02.53 Einde detachering, maar bleef
voor grote inspectie op Woensdrecht.
28.02.53 Blijft op Woensdrecht gedetacheerd
voor het slepen van zweefvliegtuigen.
30.06.53 Naar 298 Squadron op Deelen voor grote inspectie.
09.08.55 Overgebracht naar DVVM2 te
Gilze-Rijen voor opslag.
22.08.55 Uit de sterkte afgeschreven.
16.01.56 Overgedragen aan de Dienst
der Domeinen.
Auster 3 PH‑NIN
BvI 616 / BvL 962
09.05.58 Ingeschreven ten name van
NV Skylight te Nieuw‑Loosdrecht.
Ingeschreven als Auster Mk.III met 'constructienummer'
TAY 14250.
09.09.59 J. Daams
te Nieuw‑Loosdrecht.
26.08.61 Scheur in motorbeplating.
23.10.61 Wegens defecte remmen kon er niet met
de PH‑NIN gevlogen worden.
28.10.61 Vlak na de start bleek de radio
niet te werken. Teruggekeerd naar Hilversum.
17.01.62 Boven Zuidlaren
werd de reclamesleep afgeworpen.
27.06.64 Ongeval bij Oude Tol. Bestuurder H.
Hankart.
Tijdens de overvlucht van Hilversum naar
Eelde werd er aan het toestel niets bijzonders opgemerkt.
Tegen tien uur in de ochtend startte de bestuurder voor een reclamevlucht boven het TT-circuit en
omgeving.
Het sleepnet droeg de tekst “ORANJEBOOM BIER”.
De vlucht verliep vlekkeloos, totdat om 11.20 uur de motor plotseling stopte en de schroef horizontaal
stil bleef staan. De hoogte bedroeg
toen ongeveer 400 meter.
De bestuurder zwenkte naar rechts af om boven het circuit weg te komen en vloog daarna, iets bijprikkend
om snelheid
te houden, in Zuidoostelijke richting.
Hij slaagde er niet in om de motor weer aan de gang te krijgen. Op een hoogte van 200 meter wierp hij
het sleepnet af. Het kwam in een
weiland terecht zonder schade aan te richten.
Intussen had hij in
de naaste omgeving een terrein voor een noodlanding uitgezocht.
Met een rechterbocht vloog hij dat terrein aan, dat met de geplande
landingsrichting redelijk in de
windrichting
lag.
Bij de landingsmanoeuvre
ving de bestuurder het vliegtuig op een te grote
hoogte boven de grond af;
het
vliegtuig zakte daardoor in
overtrokken toestand door en botste hard tegen de grond.
Volgens een ooggetuige stuitte het vliegtuig
op; een andere ooggetuige èn de bestuurder menen echter dat
dit niet het geval was.
In ieder geval braken bij de uiteindelijke landing de amortisseurs en de vangkabels van het
hoofdonderstel. Het vliegtuig gleed op de buik ca. 10 meter over de grond, waarna het langzaam over de
kop sloeg en
direct op de rug tot stilstand kwam.
De bestuurder werd ernstig aan het hoofd gewond, hij liep o.a. een
kaakfractuur op.
Oorzaak hiervan was de ondeugdelijke constructie van -bevestiging van- de schoudergordel.
Hij zag wel kans om onmiddellijk zonder hulp uit het vliegtuig te kruipen. Zeer spoedig was hulp
aanwezig en werd hij
verbonden door enkele
toegesnelde politieagenten.
Na dit ongeval werd een modificatie van de gordelbevestiging verplicht
gesteld.
06.04.65 Inschrijving doorgehaald.
"Vliegtuig total loss verklaard"
Hier hield tot voor kort de ons bekende geschiedenis van de
PH‑NIN op. Maar inmiddels is er meer bekend geworden:
De broers Alfons en Harrie Merlijn te Apeldoorn waren
luchtvaartgek en verzamelden alles wat los en vast zat op luchtvaartgebied. En
dat hield niet, zoals bij de meeste jeugdige luchtvaartenthousiasten, op bij
boeken en plaatjes maar ontaardde tenslotte in complete vliegtuigen.
Ze opereerden onder de naam
"Antic Aeroplanes".
Eind 1963 waren ze in het bezit gekomen van de restanten
van de PH‑NGG. Toen ze bij de heer Daams sr. van NV Skylight aanklopten om onderdelen hadden
ze geluk. Deze had namelijk net van de havenmeester te horen gekregen dat hij
de beschadigde romp van de PH‑NIN op moest ruimen of in ieder geval zó
opslaan dat hij niet meer zichtbaar was. Toen ze dan ook om onderdelen vroegen,
bood hij hen direct de hele romp aan, ook al omdat het NLR had laten weten dat zij een
Auster‑romp nodig hadden
voor trekproeven.
Dus verhuisde de door hen opgeknapte PH‑NGG‑romp
naar het NLR en werd daar verbruikt. En zij bouwden de PH‑NIN weer op met
her en der opgescharreld materiaal. Zo kregen ze van de heer
Daams ook een halve motor, landingsgestel, een praktisch compleet
instrumentenpaneel. Op Eelde kochten ze van Domeinen een 125 PK Gipsy Major
voor acht gulden.
Ze waren medio 1967 zover dat het toestel structureel
compleet was en de motor proefgedraaid kon worden. Dat deden ze dus ook en wel
tot grote schrik van de autoriteiten op Teuge. Men had tot dat moment
geamuseerd toegekeken, 'die jongens toch'. Maar opeens bleek het menens te
zijn. Hen werd vriendelijk verzocht hun toestel uit het zicht
te houden cq. op te krassen.
Hierna raakten door een complex van problemen hun projecten
(ze hadden ook de Tiger Moth PH‑UAU en de Grunau Baby PH‑95) in de versukkeling.
Ze verkochten ‑nog in 1967‑ de PH‑NIN aan
een bekend amusementspark te Slagharen en daar werd in 1975 de romp nog gesignaleerd
terwijl hij bovenop een of ander gebouwtje stond.
In 1978 werd het verkocht aan de heer Koops te
Nieuw-Schoonebeek en dit bleek het begin van de ‘carrière’ als showtoestel in
optochten. Bij het eerste optreden in Nieuw-Schoonebeek was er al een soort
onderstel aan gelast en was een bromfietsmotor ingebouwd. De vleugels zaten er al niet meer aan.
Daarna moet het restant nog vele malen gesignaleerd zijn
aangezien het 'optrad' in diverse optochten. De hiernavolgende jaartallen zijn
door de diverse eigenaren uit hun geheugen opgevist en moeten dus met enige
voorzichtigheid gehanteerd worden.
In 1981 voor een paar honderd gulden aan Frits Scholten te
Slagharen verkocht en reed het toestel mee in een optocht t.g.v. koninginnedag. Toen waren er weer, ongeveer drie meter
lange 'vleugels' aan bevestigd. Het was toen helemaal groen en er waren
Amerikaanse leuzen op geschilderd. Later werd het overgeschilderd met
aluminiumverf.
Na zo'n vijf maand verkocht hij het gevaarte aan Jos van
der Aarst te Langeveen. Die kocht er twee nieuwe
Tiger Moth banden op en
liet hem optreden in een optocht t.g.v. van 40 jaar bevrijding. Die banden
waren bij de herontdekking in 1995 de meest waardevolle onderdelen! Na het
optreden werd het toestel onder een afdakje gestald en verder vergeten.
Na zo'n tien jaar vergetelheid bood hij het toestel in de
regionale pers te koop aan. Het werd verkocht aan Tone Kempers te Manderveen
die het wilde gebruiken in ‑jawel!‑ een
optocht. Eind 1995 was dat gebeurd en werd hij weer d.m.v. een advertentie te
koop aangeboden.
Gekocht door Arend Jan Groothuis te Manderveen, die hoorde
bij de luchtvaartgroep van Jack van Egmond te Nijverdal. Het plan om er nog
iets 'nuttigs' mee te doen liet men direct varen toen er een, in veel betere toestand verkerende, Klemm L.25 romp werd
gevonden.
Harry van der Meer, conservator van het Aviodome-museum,
had het gerucht vernomen dat er een
Tiger Moth was gevonden, dat
bleek dus behoorlijk tegen te vallen. Hij kocht het wrak wèl (op 10.10.1995), maar
het bouwen/restaureren van oude Koolhovens leek hem toch
zinvoller dan het opknappen van dit 'ding'.
Op 26 april 1996 tegen de gemaakte kosten doorverkocht aan
Coert Munk
Nadat het frame weer toonbaar gemaakt is o.a. met nog op te
scharrelen vleugels, is zal de bedoeling dat het in het Museum op vliegveld Texel
tentoongesteld worden.
In 1997 volgde nog een verhuizing naar de opslagplaats van het Aviodome te Badhoevedorp en op 2.6.1998 tenslotte naar een opslagplaats op
vliegveld Teuge waarvan de heer Munk inmiddels directeur was geworden.
In het familieblad De SPIEGEL stond in 1965 het volgende
artikel:
MERLIJN HEEFT VLEUGELS
Harrie en Alfons Merlijn uit Apeldoorn hebben een vliegtuig
(bij elkaar gebedeld)!
Hun Auster Mk.3 PH‑NIN staat
zilverkleurig, maar nog wel incompleet op het vliegveld Teuge. "No aerobatics"
staat er met rode letters op het instrumentenbord.
Dat lijkt voorlopig nog wat overbodig. Want de beide (negentien‑
en zeventienjarige) broers moeten nog heel wat onderdelen bij elkaar scharrelen
voor zij hun droom vliegensgereed hebben. Zo moet er nog ergens een halve motor worden
gevonden. En zij moeten ook nog een propeller en een stel wielen op de kop zien
te tikken. "Maar er liggen weer 15 brieven startklaar" zegt Harrie.
Zij zijn bestemd voor andere Auster‑eigenaars. "Wellicht dat we weer wat los kunnen
krijgen".
Het kan de jongens weinig schelen of zo'n propeller zwaar
gedeukt is en dik onder de roest zit.
Met een vliegensvlugge handigheid en een tank vol
enthousiasme maken zij zo'n ding weer voor gebruik gereed. Dat hebben ze met
alle onderdelen zo gedaan.
De romp kregen ze zwaar beschadigd in handen, de vleugels
waren behoorlijk (of onbehoorlijk, het is maar hoe je het wilt zien) ingedeukt,
de motor scheen z'n beste tijd gehad te hebben. Maar met veel ijver en nog meer
moed hebben ze dat allemaal weer in goede staat gekregen.
Want als je vlieggek bent, bent je tot veel in staat.
En de Merlijntjes zijn vlieggek. "Op de lagere
school waren we al druk met het bouwen van modellen.
Toen we acht jaar geleden voor het eerst op Teuge kwamen,
werden we gelijk dol.
Zo vaak we maar konden fietsten we er heen. We mochten
helpen met het tanken, met het in en uit de hangaars duwen van de toestellen en
met het vastzetten ervan.
Met het wassen van de kisten konden we vluchtjes verdienen.
We hebben nu allebei ruim veertig uren gevlogen".
In de herfst van 1963 kregen ze van een amateur‑vlieger
een romp van een verongelukte
Auster.
(De PH‑NGG c/n 348 HD/HW). "Dat was precies
wat voor ons. We gingen gelijk aan het werk, want we wilden er weer een echt
vliegtuig van maken".
Her en der gingen we onderdelen vragen. We stuurden, nu een
jaar geleden, ook een brief naar de heer Daams, directeur
van het luchtreclamebedrijf Skylight in Hilversum.
We zochten naar een landingspoot. Maar we kregen veel
meer.
Hij schreef terug dat hij nog wel een romp had en ook nog
wel wat onderdelen.
Of we maar even terug wilden bellen". Dat deden ze
dezelfde dag nog.
"Kom maar eens kijken" zei meneer Daams.
"Wanneer?" vroegen de jongens. "Wanneer je
maar wilt".
"Morgen dan?"
Met een gehuurde vrachtwagen gingen ze op weg. Hun eigen
vliegtuigromp ruilden ze voor die van de heer Daams. "Dat was een goeie zaak" zegt Harrie.
"Want we kregen er een halve motor bij. En ook de journaals, zodat we
konden zien wat het toestel zoal z'n hele leven had uitgevreten.
En of we maar even wilden meelopen,
vroeg meneer Daams". Met hun drieën belandden ze in een oud
schuurtje. "Als je kunt opnoemen wat er in een
Auster zit, kun je dat ook nog krijgen", zei de heer Daams
luchtigjes.
"Een kompas", riep Harrie. "Pak aan!" zei de heer Daams.
"Een hoogtemeter", zei Alfons. "Hier heb je'm".
En zo kregen ze ook nog een toerenteller, bochtaanwijzer,
oliedrukmeter en een benzinedrukmeter.
Met een (gehavende) romp en een compleet paneel kwamen ze
in Apeldoorn terug. Alles werd in een tuintje van broer Jan gevlijd. En ze
begonnen onmiddellijk vinnig met het restauratiewerk. Stromende regen, een
dikke laag sneeuw en vrieskou konden hen niet tegenhouden. Elke avond en zelfs
tussen de middag waren zij aan het vliegtuigbouwen.
Er moest linnen worden geplakt, de motor moest worden
opgebouwd, het instrumentenbord werd in elkaar gezet. Roervlakken werden
eigenhandig gemaakt en alles werd met zilververf gelakt.
Een paar maanden later kregen ze een paar vleugels. Toen
die ook waren uitgedeukt en opgelapt, bleek de tuin te klein geworden om alles
te kunnen bergen.
Ze kregen toestemming hun vlieggerei op Teuge te stallen.
Goed twee maanden geleden leenden zij een paar wielen en
duwden de ontvleugelde
Auster over het fietspad naar het vliegveld. Met de bakfiets werden de vleugels
er achteraan gebracht.
Achter een der hangaars staat het nu op de rest van de
onderdelen te wachten. "Als we die hebben is het gauw bekeken"
verzekert Harrie, "Dan is‑tie met een week klaar om te
vliegen".
Maar het leven zal niet zo luchtig kunnen worden als zij
wel zouden willen. Want zij zullen met hun toestel niet van de grond mogen.
"Alle onderdelen zijn afgekeurd. Dat gebeurt in de luchtvaart heel gauw en
streng" vertelt Alfons. "Het is uitgemaakt dat de onderdelen maar een
bepaald aantal vlieguren kunnen maken.
Als dat aantal bereikt is, moeten zij worden vervangen, ook
al zijn ze nog goed".
Met hun motor is dat ook het geval ‑ goed en toch
afgekeurd.
Wat willen ze dan met hun PH‑NIN?
"Gein mee beleven. Wij zijn dan in het bezit van een
compleet vliegtuig en willen dat ook heus wel weten. We kunnen er mee gaan
taxiën en er af en toe misschien een sprongetje mee maken.
Voorlopig is hij niet te koop. We gaan er eerst een tijdje
mee spelen.
Maar het is wel de bedoeling dat we er mee aan het vliegen
komen, al wil dat niet zeggen dat het dit toestel moet zijn. Als we hem na
verloop van tijd kunnen ruilen voor een ander toestel of een ander wrak
desnoods, dan doen we dat. En dan gaan we weer aan het lappen".
Toch is er misschien een kans dat zij met dit toestel de
lucht in gaan.
"Want in Duitsland en in België heb je gebieden waar
je met alles mag vliegen. Als je daar kans ziet met een paar panlatten van de
grond te komen, zal niemand je er tegenhouden. Als we nu in die gebieden een
relatie kunnen vinden, gaan we proberen het toestel daar heen te krijgen".
En als zij daar geen kans voor zien en er op den duur ook
geen koper op komt duiken? Dan slaan we 'm op. Dan wachten we tot we veertig
zijn en dan komen we plotseling voor de dag met een authentiek vliegtuig uit
1943. Dan kunnen we er wellicht veel lol van hebben".
Intussen zullen zij druk blijven met vliegtuigen
restaureren.
"Want wij hebben een toestel op het oog. Het ding is
weggewaaid (is de Libel PH-NGX. HD )en daarbij flink
beschadigd. Misschien kunnen we die ook wel krijgen. En we hebben ook kans op
twee zweeftoestellen. Daar krijgen we binnenkort de uitslag van".
Scharrelen in vliegtuigen ‑ Harrie en Alfons hopen
nog een mooie bokkesprongen te kunnen maken. Zij zien ze niet vliegen. Maar zij
voelen zich wel in de wolken.
Tot zover De SPIEGEL. Wel moet gezegd worden dat het
hierboven geciteerde verhaal over de instrumenten volgens de erbij betrokken
personen enigszins anders verliep, maar goed, het is op deze manier wel een
aardig verhaal!
Helaas gingen hun plannen allemaal niet door maar, het
blijft een feit dat zij in die tijd eigenlijk de enigen
waren die écht, metterdaad, pogingen hebben gedaan iets te bewaren.
In deze tijd vinden we het zo langzamerhand gewoon dat hier
typen als de B‑25, Catalina en een DC‑4 rondvliegen, maar dát was
de tijd waarin de laatste echte Koolhoven HB‑AMA niet naar Nederland
teruggehaald is (verongelukt in 1962), waarin de Fokker F.VII PH‑NLL
niet bewaard bleef (verbrand in 1961), waarin de beschadigde Fokker F.IX OE‑DAA niet teruggehaald werd (naar Australië in
1973!) en zo kunnen we nog wel even doorgaan: Fokker S.IX PH‑NAT, Siebel
PH‑NLL, Libel PH‑NGX. Maar zij hebben het in ieder geval
geprobeerd.
Zo hebben ze de PH‑NIN eigenlijk weer compleet
gekregen, weliswaar op een houtje‑touwtje manier maar tóch! Als ze kans
hadden gezien inderdaad ruimte te vinden voor de opslag dan hadden ze nu inderdaad een Auster in statische toestand gehad. Dan
hadden ze ook de al in hun bezit zijnde
Tiger Moth en Grunau Baby kunnen bewaren. Met zo'n
ruimte (en met een financiële oplossing voor het transportprobleem) hadden ze
ook het aanbod van Daams om
de andere vier Tiger Moths
die nog bij de schroothoop
te Hilversum stonden mee te nemen, kunnen accepteren. Dan hadden ze ook de door
de storm vernielde Libel PH‑NGX die hen aangeboden werd mee kunnen nemen.
Al deze toestellen zijn hen aangeboden maar ja, de
financiën stonden het huren van transport niet meer toe, en bovendien waar
moesten ze alles laten?
Hen is zelfs de toen door de jeugd nog niet geheel
gesloopte Siebel PH‑NLL aangeboden! Maar dan praten we natuurlijk over
een transportprobleem van geheel andere orde!
PH-UAM
de
Havilland D.H.82A Tiger
Moth
86536
Gebouwd door Morris Motors Ltd, Engeland.
422 PG629
09.05.1946 Rijksluchtvaartdienst, Den Haag/*Gilze-Rijen.
Houder Rijksluchtvaartschool. Niet op BvI.
01.10.1949 Inschrijving doorgehaald, opgenomen in Derde Register.
PH-UAM/3, (R5148)
Framenummer MCO/DH/4615.
Het Engelse Bewijs van Luchtwaardigheid No. 7475 (d.d. 29.4.1946) noemt als identiteit 4613/PG629 (zie PH-UAF).
Ondanks andersluidende identiteiten die elders worden genoemd, zijn de hier voor de PH-UAF en PH-UAM genoemde
constructienummers correct.
PH-UAM
de Havilland D.H.82A Tiger
Moth
86536
20 PH-UAM/2,
PG629
01.10.1949 Rijksluchtvaartdienst, Den Haag.
Houder Rijksluchtvaartschool.
Niet op BvI.
21.07.1960
O. Hartman,
Putten.
"Otto"
08.08.1961 NV Nastra Luchtreclame Service, Rotterdam.
06.04.1962
O. Hartman,
Putten.
"Otto"
17.04.1962 Aero Ypenburg
NV, Rotterdam.
05.08.1966 NV Luchtvaartmaatschappij
General Aviation, Rotterdam.
30.12.1968 Inschrijving doorgehaald.
D-EBIG,
(R5148)
Framenummer MCO/DH/4615.
Wordt nu bewaard
in het Kbely-museum (Tsjechoslowakije),
beschilderd als R5148.
In de fotosectie heb ik foto’s van Harry en Alfons Merlijn
die ook dit toestel in hun bezit hadden.
Waar die gemaakt zijn weet ik helaas niet. Mogelijk op de
dump van Hilversum.
Gezien de praktijk van het samenstellen van door Geert
Frank naar Amerika geëxporteerde Tiger Moths, het zeer willekeurig
samenvoegen
van rompen, vleugels en papieren, zal de ware
identiteit van die toestellen nooit meer met zekerheid kunnen worden
vastgesteld.
Bij de inschrijving van de D-EBIG werd een doorhalingsverklaring van de PH-UAM overlegd, maar bij de N929S waren de logboeken van de PH-UAM. En toen die naar Nederland kwam was er de 'beddeplank' van de
PH-UAM bij!
Ik heb in mijn archief bijvoorbeeld drie doorhalingsverklaringen
van de PH-ALG, met drie verschillende identiteiten!
De N929S is eens tegen de grond gedoken waarbij beide
inzittenden omkwamen. Kortom, dat de huidige N929S substantiële delen van de vorige
bevat lijkt daardoor uiterst onwaarschijnlijk!
Bovendien heeft het toestel wél het boutgat t.b.v. de Fokkerstaart in de romprug!
En dat gat heeft het toestel in Kbely óók. Kortom, ik ben bang dat we het nooit zullen weten...!
PH-UAU
de
Havilland
D.H.82A Tiger
Moth
84211
104 PH-UAU/2,
G-AHUP, T7846
01.10.1949
Rijksluchtvaartdienst, Den Haag.
Houder Rijksluchtvaartschool.
Niet op BvI.
21.07.1960 NV Nationale
Luchtvaartschool, Den Haag.
30.08.1965 Inschrijving
doorgehaald. "Vliegtuig buiten gebruik gesteld"
Hierna op diverse plaatsen bewaard geweest. Via de
schroothoop op Hilversum (Zie Vragenrubriek #27) is het toestel ook nog in het bezit geweest van Antic Aeroplanes van de gebroeders
Merlijn.
Op 11.8.1973 werden de restanten per vrachtwagen op
Rotterdam afgeleverd en daar veranderden die in de loop der jaren van een prima herbouwbaar toestel in een hopeloos wrak.
Toch nog weer door J. Daams naar Hilversum teruggehaald en in
1983 naar Denemarken verkocht voor een mogelijke herbouw.
Dat bleek niet haalbaar want in 2000 werd gemeld dat delen gebruikt
waren bij de herbouw van twee andere Tiger
Moths.
PH-95
Schneider Grunau Baby IIa
4 serie III
00.00.1938
Gebouwd door NV
Vliegtuigbouw,
Deventer. (BvL 49)
00.00.1939
Vliegclub Teuge,
Deventer. "Anteparta"
497 PH-95
04.06.1951
Vliegclub Teuge,
Deventer. "Anteparta"
Omgebouwd tot IIb door het uitrusten
met remkleppen.
05.07.1964 Ongeval Teuge.
De bestuurder maakte tijdens zijn circuit een beoordelingsfout en kwam buiten
het veld
aan de grond. De rechter vleugelstijl raakte een ijzeren
paal aan de slootkant, het
toestel kwam tot stilstand met de neus in het talud aan de overkant
van de sloot.
Romp en rechter vleugelbevestiging
beschadigd.
Bestuurder: Pinkert.
10.04.1968
Inschrijving doorgehaald. "Verzoek van
KNVvL"
Na het ongeval in 1964 werden Alfons en Harrie
Merlijn (Antic Aeroplanes, zie bij PH-NIN) eigenaar van de
overblijfselen.
Zij konden echter door een complex van factoren hun plannen tot vorming van een collectie (ze bezaten ook de PH-UAU en de PH-NIN) niet verwezenlijken.
De PH-95 werd tegen het eind van de jaren zestig verbrand.